Archive for July, 2008

Indonesie; zoooveel eilanden!!

Sunday, July 20th, 2008

= PHOTOS =>> scroll down ! =

Dit reisverlag gaat over onze tijd in Java, Bali, Lombok, Sumbawa, Flores en Sulawesi.
Bijna 3 maanden verbleven we in dit land, Indonesie is eerder een continent te noemen!
Nederland bracht als kolonisator de Indonesische staat samen, toch voerde de reis ons langs volken met grote verschillen.

JAVA (5-10 mei)
Bogor, Yogjakarta en Bromo-vulkaan

Vanuit Jakarta met de economy-trein naar Bogor, dat bekend is om zijn koloniale botanische tuin. De trein was een ervaring op zich, propvol met mensen, die zelfs uit de trein hingen. Alles werd in de trein aangeboden, van handdoeken tot speelgoed en mandarijnen tot scheerspullen.

In Bogor kregen we flinke tropische hoosbuien op ons hoofd en de botanische tuin viel tegen. De volgende dag de trein terug naar Jakarta genomen en s avonds de luxe nachttrein naar Yogjakarta.

Yogjakarta is een culturele plaats in Java. We hebben er een kookcursus gedaan (heerlijke Indonesische gerechten gemaakt onder het toeziend oog en met geheime tips van een Javaanse). Batik schilderkunst aanschouwd en een zilversmederij bezocht, waar Hanneke met een mooie ring van weg liep.

Nabij Yogjakarta is de Borobudur, DE boedistische tempel van Indonesie. We zijn er per brommertje heen gereden voor zonsopgang. Een prachting meesterwerk!

Vanuit Yogjakarta hebben we een toeristen-busje genomen (duurde 12 uur) naar de mooiste vulkaan van Indonesie de Bromo vulkaan. We werden onaangenam verrast door de ijskoude temperatuur. Na uren omhoog zigzaggen was het zo afgekoeld dat we een wollen muts kochten! We sliepen er met al onze kleding aan. Om 4 uur ging de wekker voor de zonsopgang bij de vulkaan.
Het was echt ADEMBENEMEND de vulkaan in het rode ochtendlicht te zien omgeven door wolken en daarachter een actief rokende vulkaan. Wouw!

BALI (11-16 mei)
Kuta en Ubud

Na een te lange rit vanaf de Bromo vulkaan (12uur bus op Java, half uur op de veerboot van Java naar Bali en weer 3 uur in de bus op Bali) kwamen we om 4 uur s nachts doodvermoeid aan in de super- toeristische plaats Kuta.
Volgende dag wilden we onze Australische dollars omwisselen bij een winkeltje en werden flink opgelicht. Telkens gaven ze ons minder biljetten dan ze beloofden. Gelukkig telden we telkens na. Deze praktijk schijnt vaker te gebeuren op Kuta. Wij accepteerden dit niet en vertelden ons verhaal aan de politie, die vervolgens met ons mee ging naar het winkeltje, waarop het mannetje zich keurig gedroeg en direct het juiste bedrag gaf. WAT EEN HYPOCRIET!
In partyplace Kuta verder genoten van het westers comfort (bier en pizza en massages). Ook het Balibom memorial bezocht, over deze tragedie wordt nog veel gesproken. Alle 202 namen en nationaliteiten stonden in het marmer gegrafeerd.

Ubud is Bali’s cultuurcentrum. Zeer geliefd bij toeristen vanwege de prachtige ligging midden tussen de rijstvelden. We hebben gewandeld door de rijstvelden. Ook hebben we op een brommertje het eiland doorkruist en zagen een mooi vulkaanmeer.

LOMBOK (17-25 mei)
Gili eilandjes en Rinjani-vulkaan

Van Bali met de veerboot naar het volgende eiland; Lombok. Daar aangekomen was transport een hele opgaaf. Na veel onderhandelen, kleine busjes en overstappen kwamen we s avonds aan in Senggigi. Daar op een strand met vlammerige vuuurfakkels een visverassing verorberd.
Omdat het plaatsje verder niet veel te bieden had, zijn we snel vertrokken naar de Gili-eilandjes, we hadden er veel goeds over gehoord! Na veel gedoe met transport kwamen we aan op de Gili`s. Veel mensen zeggen verschillende dingen over hoe je ergens komt, soms frustrerend als je ergens wilt komen in de hitte met de zware backpacks.
Op de Gili-eilandjes aangekomen werden we benaderd door een mannetje, die ons een kamer wilde verhuren. Hij vertelde ons een prijs waarmee we akkoord gingen. Vervolgens kwam hij terug met de mededeling dat de kamer duurder was. Hij had de lage prijs genoemd om ons mee te lokken. Wij hielden voet bij stuk bij de afgesproken prijs, wat het mannetje niet beviel. Daarop werd ons naar het hoofd geslingerd `dat Nederland het de Indonesiers al 350 jaar moeilijk had gemaakt!!` Uiteindelijk spraken we de eigenaresse, die zich afkeerde van het mannetje (tussenpersoon) en zich verontschuldige. Oo oo, wat een gedoe weer!!
Op het eilandje Gili Trawangan bleven we 5 dagen, heerlijk gesnorkeld en gechilled met onze Italiaanse nieuwe vrienden, crusty pizza op het strand met zonsondergang. Ook de full moon party was gezellig.
Na de Gili`s zijn we de Rinjani vulkaan gaan beklimmen. Samen met een Pool, Spanjaard en Franzoos en onze Indonesiche gids en 2 dragers klaarden we de klus in 3 dagen. De eerste dag stegen we een kilometer langs groene hellingen. We sliepen in een tent op 2600 meter, erg koud!
De 2e dag startten we klim om 0300 uur om voor zonsopgang de top te bereiken. De laatste kilometer was zeer pittig, want zo steil als het was zakten we bij elke stap terug op de losse grond. Vlak voor de top waren we gesloopt, we gaven bijna op! Maar eenmaal boven genoten we van het uitzicht op het kratermeer, de Gili eilandjes en zelfs Bali was in de verte zichtbaar.
Na de afdaling en ontbijt liepen we naar de hotsprings om onze spieren los te maken. Uren zaten we tussen de locals en hun plastic nederzettingen. Oh wat lekker om niet te hoeven lopen!
De derde dag weer geklommen naar de rand van het kratermeer en daarna alleen dalen. Hanneke had bloedblaren dus was het zwaar afzien!

SUMBAWA (26-29 mei)
het onbekende eiland
Omdat we naar het eiland Flores wilden, moesten we door Sumbawa reizen, wat tussen Lombok en Flores in ligt. Om de reis op te breken, verbleven we in de plaats Sumbawa Besar. 
We dachten moeilijk met ons visum uit te komen, dus informeerden op het immigratie-kantoor naar verleng-mogelijkheden. Op het immigratiekantoor vertelden ze ons van de enige Nederlandse vrouw die op Sumbawa woont en die garant had gestaan voor haar familie. Als iemand voor ons garant wilde staan, zou het visum verlengd kunnen worden.
We belden en ontmoetten haar. Ze was verbaasd dat het immigratiekantoor ons als willekeurige toeristen zomaar haar naam had gegeven. Ze was heel aardig en na een nachtje slapen bereid garant voor ons te staan. Op het immigratiekantoor moesten we weer flappen trekken. De beambte wees naar zichzelf, gebaarde ons om een fooi. Iets als dank voor zijn medewerking. We wisten niet wat te doen, in Indonesie werkt het anders dan thuis. We hebben niks gegeven en met de stempels in het paspoort konden we 6 weken later probleemloos het land uitkomen. Zeer uitzonderlijk en niet volgens de regels in Indonesie! Bedankt Rabina!
Op Sumbawa nog meer dan elders in het land werden we overal aangesproken met `Hello Mister` en hadden we als witte toerist erg veel bekijks.

FLORES (30 mei-10 juni)
Komododraak, duiken en traditionele dorpjes

Na 10 uur op de veerboot vanaf Sumbawa arriveerden we op het eiland Flores in de plaats Labuan Bajo.
Van daaruit maakten we een 2-daagse boottrip naar de eilandjes Komodo en Rinca. We liepen er over de eilanden en zagen de beroemde Komodo varanen in het wild. De grootste hagedissen ter wereld! We lazen onlangs dat er een 9-jarig kind is doodgebeten precies een jaar voor wij er waren.
http://forum.dierenparadijs.be/index.php?showtopic=36888
De enorme dieren bijten in hun prooi, die dan binnen enkele dagen sterft door de dodelijke bacterien van het beest. Naast het zien van de imposante beesten op de eilanden, hebben we mooi gesnorkeld.

Vanaf Flores hebben we mooi gedoken in het Komodo nationaal park, waar duiken tot de top in de wereld behoort. We zagen haaien, schildpadden en kleurrijk onderwaterleven. Er zijn sterke stromingen in het gebied, wat het duiken spannend maakt.
Een dag nadat we er waren waren duikers van een andere duikschool 3 dagen vermist en bleken vast te zitten op een eiland. Ze werden verrast door verraderlijke stroming. Het artikel in een Britse krant:
http://www.independent.co.uk/news/world/asia/stranded-divers-fought-off-komodo-dragon-842962.html

Na het duiken zijn we in 4 dagen per auto met gids en chauffeur van de ene naar de andere kant gereden op het eiland Flores. We deelden de auto met 3 andere toeristen en genoten onderweg van de bezienswaardigheden. Bluestonebeach, rijstvelden in de vorm van een spinneweb, sterkedrank stokerij, heetwater bron midden in rijstvelden en gekleurde vulkaanmeertjes zagen we. Ook bezochten we een traditioneel dorpje met betelnut kouwende vrouwtjes (knalrode mond en tanden) en een man die oud-Nederlands sprak wat hij van de paters had geleerd! We kochten nog een koloniale Nederlandse munt van hem.

Aan de andere kant van het eiland aangekomen, konden we per boot niet binnen 18 dagen wegkomen. Daarom hadden we geen andere keus dan het enige dure vliegtuig te nemen naar Bali…

BALI (11-13 juni)
Genoodzaakt door de vliegverbinding waren we hier terug. Na drie dagen comfort (surflesje, westers eten, massage etc.) namen we het vliegtuig naar het zuiden van Sulawesi, de plaats Makassar.

SULAWESI (14 juni-5juli)
Lugubere begrafenis-tradities en ongerepte Togian eilandjes
In Sulawesi geland, besteedden we een dag in havenplaats Makassar, lekkere visjes gegeten en Nederlands fort Rotterdam bezocht. Volgende dag de bus naar Rantepau genomen in het gebied Tana Toraja.
Het Tana Toraja volk kent eeuwenoude meerdaagse begrafenis rituelen, waarbij buffels en varkens worden geofferd en de gasten kado`s (varken) meebrengen. Ook worden babylijkjes in holle bomen gestopt en doodskisten aan rotswanden gehangen. De lijken worden vaak maanden of jaren lang bewaard tot de familie genoeg heeft gespaard om de begrafenis te kunnen betalen.

We zijn er 3 dagen gebleven en bezochten per brommertje met (en zonder) gids een begrafenis. We zagen 6 buffels voor onze neus afgeslacht worden. De neus werd omhoog getrokken en een groot mes werd langs de strot gehaald, waarop het bloed eruit spoot. Luuk stond dichtbij voor een foto te maken en zat onder het bloed van het arme dier. Na de slachting wordt het beest gescalpeerd en het vlees verdeeld onder de begrafenisgasten. Kindertjes kregen de buffelhoeven aan een touwtje als speelgoed. Voor de lokale bevolking de normaalste zaak van de wereld, maar onze mond hing 3 dagen open!! Anyway, de fotoos zeggen meer!

Van het Tana Toraja gebied reisden we in 3 dagen naar de 56 Togian Eilanden in een immense baai midden Sulawesi. Eerst 2 dagen per bus (erg a-relaxed) en nog een dag op een veerboot.
We arriveerden in de hoofdplaats, waar de veerboot stopt en moesten toen met een kleine boot naar het eilandje waar we uiteindelijk 7 dagen verbleven, Kadidiri eiland.


We sliepen in een van de 3 eenvoudig hutjes die een vissersfamily verhuurde. We zaten er volpension, dus aten somrgens pannekoekje als ontbijt en verder 2 maal daags een vismaaltijd. Lekkere heerlijk onthaasten en bijkomen van het lange reizen. We hebben er ook nog gedoken bij het nabijgegelen resort en verder nam de visser ons op zijn bootje mee en konden we snorkelen.
Ook ging Luuk samen met een Italiaan (hij zat al weken op het eilandje!) met de visser s avonds mee uit vissen op zijn houtje-touwtje bootje bij zonsondergang. We vingen 9 grote vissen en hielpen zelf mee ze op te eten de dagen erna. We sleten de dagen op de veranda, gezellig ouwehoerend met de Italiaan en Canadese die in de andere 2 hutjes verbleven. S avonds soms houtvuur op het strand, heeeeeeeeerlijk!! Hiervoor moet je echt in Indonesie zijn!!
We zijn na Kadidiri eiland nog naar een ander eilandje gegaan, Malenge. Daar zaten we maar 1 nacht, omdat we de veerboot naar het vaste land weer moesten hebben, die maar eens per week gaat.
De veerboot zou 18.00 uur vertrekken, maar kwam pas om 02.30 uur. De overvolle houten boot was net een slavenschip, we lagen tussen de vracht te zweten en probeerden wat te slapen op dunne matjes. Gedroogde visjes, balen rijst en levende kippen zaten vlak naast ons en mensen kotsten hun vette eten weer uit op de ligte deining. Het plafond van het 3 deksschip was laag en het was bedompt.
OOH wat waren we blij toen we het vaste land van Sulawesi weer bereikteni!! Het reizen in Indonesie gaat niet altijd over rozen…

In de plaats Gorontalo verbleven we een dag en namen de nachttaxi naar de plaats Toli-Toli. We moesten op 5 juli het grote schip van de nationale bootmaatschappij Pelni naar Kalimantan (Borneo) nemen. Ons werd gezegd dat de gedeelde nachttaxi maar eens per week rijdt, dus kwamen we 2 dagen te vroeg aan in Toli-Toli. Ook de nachttaxi was een belevenis, de chauffeur stopte midden in de nacht en ging anderhalf uur slapen op de vloer van een winkeltje. Wij konden maar afwachten wanneer hij weer wakker zou worden…
In Toli-Toli werd en weer veel geroepen en gestaard; `hey Mister!!.`
De enorme boot van de nationale maatschappij (natuurlijk was ie 6 uur te laat…) bracht ons in een etmaal naar Kalimantan. Aan boord van dit immens grote 7 deks-schip met officieel 2000 passagiers was best comfortabel (restaurants, bioskoop en vele shopjes).

KALIMANTAN (6-7 juli)
Op doorreis…

In Kalimantan aangekomen, bleven we 1 nacht en namen een kleine boot naar de andere kant van de grens, Sabah ofwel Maleisisch Borneo.

Na bijna 3 maanden Indonesie is dit avontuur voorbij. Klaar voor meer van dit lekkers!!